Kernbegrippen
Dyscalculie: Dyscalculie is een rekenstoornis die dikwijls samengaat met nog
een aantal andere beperkingen, zoals ruimtelijk inzicht,
klokkijken, slechter geheugen, spellingsproblemen, gebrek aan inzicht.
Lees deze zin eens:
Ubi 8 cum … conferitur consentit cum 13.
De getallen zul je herkennen. De zin erbij niet. En je vader of moeder? Herkennen die de zin? Als zij de zin niet snappen, weten ze niet wat ze met de getallen moeten doen. Dat hebben kinderen met dyscalculie ook vaak.Elke schooldag moet je weer rekenen. Denk je eens in: elke dag weer iets moeten doen en niet kunnen begrijpen wat je moet doen en hoe je iets moet doen. Toch doen kinderen met dyscalculie dat iedere dag weer.
leerlingen die lijden aan dyscalculie
Problemen met tellen (cijferreeksen)
Afkeer voor strategie spelletjes en speelgoed
Afkeer voor rekenen
Traagheid
Problemen met de plaats van getallen
Maakt veelvuldig omkeringen van getallen
Problemen met inzicht: hoofdrekenen en schatten
Problemen met volgorden: recepten lezen, klokkijken.
Minder goed werkend kortetermijngeheugen
Een minder efficient gestructureerd langetermijngeheugen
Problemen met het vasthouden van de instructie
Leerkracht die te maken krijgt met dyscalculie
Informatie werven over de stoornis
Herkennen van stoornis
Structuur bieden
Rekenmethode aanpassen/ veranderen
Leerling minder complexe situaties aanbieden
Een oplossingstrategie aanhouden
Individuele en materiele hulp bieden
Sommen voordoen, daarna zelf laten proberen
Ouders
Kennis over stoornis verwerven
Inventariseren welke hulp geboden kan worden
Acceptatie van situatiesamenwerken met school en of instanties
Antwoord op de deelvragen
Wat is dyscalculie en wat zijn de kenmerken?
Dyscalculie betekent letterlijk ‘niet kunnen berekenen’. Bij dyscalculie gaat het om ernstige en hardnekkige problemen met het leren en vlot/accuraat oproepen/toepassen van reken-wiskundekennis (feiten/afspraken). Dyscalculie is een rekenstoornis die dikwijls samengaat met nog een aantal andere beperkingen, zoals ruimtelijk inzicht, klokkijken, slechter geheugen, spellingsproblemen, gebrek aan inzicht. Er zijn aanwijzingen dat het een aangeboren erfelijke stoornis is,met een neurologische achtergrond.
Wat is de oorzaak van dyscalculie?
De geleerden zijn er nog niet uit wat nu precies de oorzaken van dyscalculie zijn.Er wordt op verschillende plaatsen onderzoek naar gedaan.De volgende factoren kunnen een rol spelen.Sommige factoren moeten worden uitgesloten bij de beoordeling of het wel of geen dyscalculie betreft en heeft betrekking op zowel kinderen als volwassenen:
1) de intelligentie ?
De intelligentie moet getest worden, zodat je uitsluit of het eventueel om een zeer laag IQ kan gaan (<70). Het is wel zo dat mensen met een normaal of zelfs een hoog IQ net zo goed dyscalculie kunnen hebben.
2) leerproblemen.
- De manier van denken. Hoe maakt men zich de stof, de basisbegrippen eigen?- De basisstof kan niet geautomatiseerd worden. (De basisvaardigheden van optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen)- Heeft men (ook) dyslexie waardoor het lezen op zich al een probleem is?- Herkent men de getalsymbolen? Is er een verband tussen het zien van het cijfer 5 en het daarbij behorende aantal?- Hoe zit het met het begrip van de tekens, zoals +, – , =?
3) het onderwijs
- Is de rekenmethode goed?- Instructie probleem: moet de leerkracht meer uitleg geven?
4) het korte termijn geheugen.
Als dit geheugen verminderd of gestoord is, is het moeilijk om berekeningen te onthouden en tot een goed resultaat te komen.
5) aangeboren- of erfelijke aandoeningen.
Er zijn aanwijzingen hiervoor, maar dit is nog niet echt concreet.
6) combinatie van deze factoren.
Hoe kun je dyscalculie signaleren?
Natuurlijk kun je als leerkracht altijd observeren of het kind veel kenmerken van de stoornis dyscalculie heeft zoals bijvoorbeeld:
Herkent het kind de getalsymbolen?
Is er een directe koppeling tussen het zien van het cijfer 5 en het daarbij behorende aantal? En ook andersom: roept het cijfer 5 ook de hoeveelheid op dat erbij hoort?
Hoe zit het met het begrip van de tekens, zoals +, – en =?
Verder spelen geheugenproblemen nogal eens een rol. Al rekenend raken ze de informatie kwijt uit hun werkgeheugen (korte termijn geheugen). De basisvaardigheden van optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen komen er niet in (automatisering). Ook de manier van werken die het kind hanteert kan een bron van verwarring zijn (strategie). Vaak is de instructie niet voldoende en is verlengde instructie nodig. Anders beginnen ze zo maar aan een som, of komen in tegendeel juist niet tot werken. Pas als deze problemen bij een goede begeleiding na 6 maanden van intensief werken hardnekkig blijken te zijn, zouden we van kenmerken van dyscalculie kunnen spreken.
Er is geen simpele test die uitspraken doet over het wel of niet bestaan van dyscalculie. Wanneer rekenproblemen niet overgaan met extra oefening en het kind met andere vakken wel goed presteert, moet er op taakniveau onderzoek worden gedaan. Dit betekent dat er onderzoek wordt gedaan naar de uitvoering van rekentaken.
Een intelligentieonderzoek is niet meteen nodig. Er moet eerst gekeken worden hoe het kind een rekentaak uitvoert en of de basisfeiten en procedures wel gekend en gautomatiseerd zijn. Natuurlijk moet er ook nagegaan worden of het kind voldoende onderwijs heeft gehad en of er bijvoorbeeld geen emotionele problemen zijn. Verder is van belang te kijken naar de gebruikte rekenmethode en is ook het taalniveau van groot belang, want rekenen is veel taliger dan vaak wordt gedacht.
Dyscalculieverklaring Anders dan bij dyslexie is er onder deskundigen nog geen overeenstemming over het begrip dyscalculie, hoe het wordt vastgesteld, wat er in een dyscalculieverklaring moet staan en welke voorzieningen er zijn toegestaan. Dit leidt in de praktijk tot een grote diversiteit.
Welke hulp kan geboden worden bij dyscalculie?
Hulp kan gezocht worden bij het zorgteam van de school of bij een particulier werkende orthopedagoog of psycholoog. Deze deskundige kan ook een dyscalculieverklaring afgeven, dat het kind kan helpen om een aantal extra voorzieningen te krijgen. Het is op dit moment nog vooral aan de school welke faciliteiten toegestaan worden.
Mogelijke extra voorzieningen zijn:
-het werken met voorgedrukte, aan het niveau van het kind aangepaste werkbladen
-gebruik laten maken van ‘schema’s met mogelijke probleemoplossingsstrategieën’
-extra tijd bij opgaven en proefwerken of een verminderde hoeveelheid werk
-toets 1 op 1 afnemen
-het duidelijk aangeven van de wenselijkheid van strategieverandering (plussommen in rood, minsommen in blauw etc.)
-extra mondelinge uitleg en/of mondelinge overhoring
-het toestaan van gebruik van een rekenmachine
-nieuw materiaal of nieuwe stof eerst bespreken
-leerlingen complimenteren bij vooruitgang
-proberen gevoel van falen af te bouwen
Sommige scholen geven hun leerlingen dezelfde faciliteiten (verlengde examentijd met maximaal 30 minuten) als bij dyslexie en overleggen met de leerling, ouders en/of behandelaars over voorzieningen. Ook wordt er op diverse scholen met dyscalculie-pasjes gewerkt. Aanpassingen bij dyscalculie is voorlopig dus nog een zaak van welwillendheid van de scholen en goed overleg tussen alle partijen.
De leerkracht heeft een grote rol bij het begeleiden van het kind. Het kind moet zich veilig kunnen voelen.
Relatieschema
Download Relatieschema.doc