Voorbeeld van een dyscalculieverklaring

Dyscalculieverklaring

Dennis …, geboren op …

dyscalculie is vastgesteld volgens de criteria voor onderkenning volgens de DSM-IV-TR â„¢; geconstateerd is dat er, als gevolg van de dyscalculie en gegeven de leeftijd en omstandigheden van de betrokkene, sprake is van ernstige belemmeringen in het dagelijks functioneren, blijkend uit problemen in de volgende contexten:

Optellen en aftrekken, vermenigvuldigen en delen, tafels, breuken, procenten, kommagetallen, getallen in en gebruik van metriek stelsel, schatten en meten, hoofdrekenen, aflezen van tabellen en grafieken en kennis en gebruik van rekenregels.

Op basis hiervan zijn nodig:

A. specialistische hulp in de vorm van:

Remedial teaching onder verantwoordelijkheid van een gespecialiseerde remedial teacher. Aandachtspunten hierbij zijn: herhaling en uitleg van de rekenregels, het opstellen van een map waarin de rekenregels en strategieën worden benoemd evenals de aandachtspunten bij het  uitrekenen van bepaalde opgaven. Belangrijk is dat de remedial teacher Dennis begeleidt in het rekenproces bij het kiezen van de strategie en het uitvoeren van de berekening.

B. als materiele en immateriële voorzieningen:

Het gebruik van de rekenmachine en het bieden van extra tijd bij toetsen en opgaven. Tevens kan Dennis gebruik maken van een map die met een remedial teacher is samengesteld. Hierin kan hij opzoeken welke rekenregels wanneer gebruikt kunnen worden en wat de aandachtspunten bij bepaalde opgaven zijn.

C. de volgende dispensaties:

Vermindering van het aantal opgaven bij toetsen, afgestemd op het niveau van Dennis.

___________________________________________________________________________

Ondergetekende verklaart dat uit psychodiagnostisch onderzoek is gebleken dat bij:

21 January 2007
By on 13:14

Literatuurlijst

De literatuur die ik gebruikt heb voor deze specaailstudie is:

-Onderwijs blad AOB, Oktober 2006

-Balans magazine, Oktober 2006

-www.rekencentrale.nl

-www.dyscalculie.org

-www.tbraams.nl/kids_dyscalc.htm

-www.balansdigitaal.nl

-http://leerlingzorgpo.kennisnet.nl/archief/bijdragen2003/dyscalculie

17 January 2007
By on 11:12

Balans Magazine

februari 2006

Dr. Marisca Milikowksi over de ankers voor getallen

Het raadsel van

dyscalculie

Dyscalculie bestaat. Daar zijn de meeste rekendeskundigen het wel over eens. Er zijn kinderen en volwassenen die naast een normale intellectuele ontwikkeling opvallend veel problemen hebben met rekenkundige bewerkingen. De discussie onder experts gaat tegenwoordig vooral over de vraag wat daarvan de oorzaak is, wanneer iemand het predikaat ‘dyscalculie’ verdient, hoe je het herkent en of voorzieningen in het onderwijs noodzakelijk zijn. Marisca Milikowksi, psycholoog en   kendeskundige, breekt een lans voor de theorie die de oorzaak van dyscalculie zoekt in een basaal tekort aan inzicht in de plaats en betekenis van getallen. Bij kinderen met dyscalculie faalt het automatisme dat getallen van een bepaalde waarde voorziet. Milikowski kwam vrij toevallig bij het aandachtsgebied rekenen terecht, was op de middelbare school niet per definitie een bètaleerling. Na een studie Nederlands en een carrière in de journalistiek trok op een gegeven moment de  sychologie. Ze wilde weten hoe mensen informatie verwerken in het brein en hoe dat het denken en leren beïnvloedt. Dus ging Marisca Milikowksi terug naar de collegebanken. Ze studeerde af op een onderwerp dat haar bezighield als ze met haar kinderen een spelletje ‘Memory’ speelde. Ze vroeg zich af of kinderen inderdaad beter in dit spel zijn dan volwassenen. Wat ze ontdekte is dat kinderen vanaf een jaar of 7

even goed

presteren als volwassenen. “Dat is nogal bijzonder op een geheugentaak. We kunnen daar in elk geval uit opmaken dat het visuele geheugen al vroeg  uitstekend werkt. Vanaf een jaar of 7 kunnen kinderen bovendien hun gedrag goed genoeg sturen om het spelletje te spelen, want daar mankeert het bij kleuters nogal eens aan. Normaal gesproken houden ouders zich bij een spelletje wat in. Als je dat doet bij ‘Memory’ ben je de klos, want je kind is al vroeg even goed als jij.” Na de studie psychologie kon ze bij de vakgroep twee kanten op. Leesproblemen of rekenproblemen. Het werd het laatste. Ze promoveerde op een onderzoek naar de kennis die doorsnee mensen hebben van de getallen 1 tot en met 100. Van dyscalculie had ze nog nooit gehoord. Dat kwam pas toen ze in het (speciaal) basisonderwijs kinderen ontmoette, die ondanks een normaal leervermogen opvallend veel problemen hebben met rekenen. Kinderen zoals Marisca Milikowski hieronder beschrijft.

De plaats van een getal

“Nu heb ik weer zo’n groepje van 8 kids in de hoogste klas, 12 jaar, soms al bijna 13. Dit zijn kinderen met een vmbo-advies: niet de zwaksten dus. Maar rekenen is een probleem. In de extra rekenlessen die ze van mij krijgen, probeer ik aan te sluiten bij de toetsen van het Cito-  eerlingvolgsysteem. Op het niveau waar deze leerlingen zitten gaan veel sommen over de getallenlijn. Daarop moet je getallen kunnen plaatsen bij wisselende verhoudingen.

Onlangs had ik de volgende oefening gemaakt:

0 | – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – | 10

0 | – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – | 100

0 | – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – | 200

0 | – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – | 1000

We nemen dan eerst één voor één de lijnen door. Kijk, deze loopt van 0 tot 10. De volgende loopt van 0 tot 100, enzovoort. Wat ik van de kinderen wil weten is, voor elke lijn, het getal in het midden. Dus – zeg ik erbij – wat is de helft van 10, de helft van 100, enzovoort.

Twee van de 8 weten meteen de helft van 10. Juist. En ze weten ook waar die 5 moet staan: in het midden van de lijn. So far, so good. En nu: de helft van 100. Er wordt gezwegen. Welk getal zit in het midden? Ze weten het niet. ‘200?’, oppert er een, ‘90? 10?’

Ze hebben geen idee.”

Hoezo veel?

Een ander voorbeeld: Amy (12) uit groep 7 van het reguliere basisonderwijs. Met taal was niks mis, met vakken als aardrijkskunde en geschiedenis ook niet. Maar rekenen lukte niet, ook niet makkelijke sommen, als ze probeerde ze uit het hoofd te maken. 5 + 2 = 8, schreef Amy dan. 8 + 3 = 10. Als ik zei, ‘denk even rustig na’, dan telde ze het uit en verbeterde ze het. Maar een som als 40 – 37 lukte totaal niet. Daar kwam – uit haar hoofd – 17 uit. Dit kun je een ‘bug’ noemen (4-3=1, 7-0=7, wordt 17), maar iemand die 37 en 40 kent in termen van hun

waarde

(de betekenis dus) maakt die fout niet. Vind je dat niet een beetje veel? vroeg ik Amy. ‘Hoezo veel.’ Ik bedoel: 17, vind je dat niet veel voor het verschil tussen tussen 40 en 37. Amy snapte niet wat ik bedoelde. 40 en 37, zo lijkt het, zijn voor haar geen waarden maar een soort spreuken die je tegenkomt tijdens het tellen.

Dan zie ik het niet meer

Dan Sonya. Een meisje van 11 jaar dat behoorlijk kan leren, prima kan lezen (ze verslindt de Harry Potters in hoog tempo), maar niet kon rekenen. Wat mankeert er dan aan? Ik merkte al gauw dat ze getallen niet kon onthouden als ik ze noemde. ‘Wat zei je ook weer? 64. O ja.’ Ze staarde ingespan-

nen in de lucht. ‘Mag ik het opschrijven?’ Dat mocht. Maar waarom was dat nodig? ‘Als ik ga denken over een getal dan wordt het paars in m’n hoofd. Ik denk en ik denk en dan komt er een rookwolk en dan zie ik het niet meer.’ Daarom telt ze op haar vingers of door kruisjes te zetten op papier. Zo houdt ze greep op de betekenis. Wat ze niet goed ‘ziet’ is de betekenis, de waarde van een getal. Dat bleek toen ze me ging uitleggen wat ze allemaal niet kon. Bijvoorbeeld, een som als 80 + 50 loste ze op door 8 en 5 op te tellen tot 13. ‘En dan zet ik er een 0 achter maar dat is natuurlijk fout’. Toen ik zei dat het goed was reageerde ze stomverbaasd. En wel hierom: ‘Ik geloofde nooit dat daar over de honderd uit kon komen.’ Als ze op haar intuïtie afging werd de uitkomst namelijk veel kleiner. ‘Negenenzeventig of zo.’

Dyscalculie

“Dit zijn gedragingen van kinderen die ik nu dyscalculisch zou willen noemen”, legt Marisca Milikowski uit. “De kinderen met wie ik werk zijn binnen de school meestal de domsten niet. IQ’s in de normal range – dus 85 of meer. Lezen is wel in orde. Het ontbreekt ze vaak niet aan logisch denken en meestal is er ook weinig mis met het geheugen. Het zit ook niet in de moeilijkheidsgraad van de sommen, maar ze worstelen wel met de meest basale rekenpatronen.”

Een ‘starterkit’ voor rekenen

Butterworth stelt in zijn gids over dyscalculie

2

dat de meeste mensen worden geboren met een gevoel voor verschillen tussen aantallen. Hij veronderstelt dat we daarvoor een speciaal circuit in het brein hebben. Er zijn proefjes gedaan met hele jonge baby’s waaruit is gebleken dat ze zelfs in de eerste weken van hun leven al reageren op een verandering in aantallen, die ze zien op een schermpje. Butterworth noemt dat een gift van de natuur die kinderen een soort ‘starterkit’ meegeeft waarmee ze eenvoudige relaties tussen getallen leren aanvoelen. Daarmee zouden ze (eenvoudige) relaties tussen getallen op een correcte manier in hun geheugen kunnen opslaan om daar dan later, bij ingewikkelde bewerkingen, snel en betrouwbaar op te kunnen terugvallen. “Die aanleg, dat gevoel voor getallen waar je blindelings op kunt vertrouwen, ontbreekt bij deze  inderen”, stelt Butterworth vast.

Ankers voor getallen

Marisca Milikowski legt me het principe van leren rekenen nog eens uit. Als kinderen leren rekenen moeten ze een nieuw systeem gaan leren. E en, twee, drie, vier,vijf, elk aantal is verschillend en heeft behalve een

eigen naam

en een eigen symbool ook z’n eigen karakteristieke betekenis. Dat gaat zo door tot tien, waarna de patronen zich naar vorm en inhoud beginnen te herhalen. De bedoeling is dat je voor de betekenis achter die namen en symbolen een zekere waardevastheid ontwikkelt en de meest markante patronen soepel leert gebruiken. De betekenis van een getal ligt verankerd in zijn relatie tot andere getallen. Als ik iemand het getal 9 voorleg en vraag om een paar getallen te noemen die met 9 te maken hebben, zegt de meerderheid iets als ‘3, 10, 18, 81, 90’. Dan noemen ze een deler van 9 (3), een buur van 9 (10), het dubbele van 9 (18), het kwadraat van 9 (81) en het tienvoud (90). Ik ben op zulke ingeslepen ankers van de getallen 1 tot en met 100 ooit gepromoveerd .

Basiscombinaties

Het gaat bij het rekenbouwwerk om ankers die mede ontstaan

uit een aantal vaste basiscombinaties. Om precies te zijn om vier keer 100-combinaties van de getallen 1 tot en met 10. Dus 1+1 tot en met 10+10,2-1 tot en met 20-10, 1×1 tot en met 10×10, en 1:1 tot en met 100:10.Deze basiscombinaties moeten steeds vlotter gemaakt kunnen worden.Immers, ze komen telkens opnieuw terug, in allerlei gedaanten. Ze zijn de bouwblokken van onze rekenpraktijk. En die ontwikkeling naar ‘steeds vlotter’ – ofwel sterker geautomatiseerd – kenmerkt inderdaad de prestaties van de doorsnee leerling. Steeds vlotter en steeds wendbaarder.Uit veel onderzoek, vooral dat van Robert Siegler, weten we dat het proces van versnellen (of verkorten) volgens een vast patroon verloopt. Eerst gaat het tellen sneller,dan worden de tussenstappen verkort (we tellen bij een som van 5 + 3 niet vanaf 1, maar vanaf 5) om vervolgens over te gaan tot een éénstaps proces (we weten automatisch dat de som van 5 + 3 8 is) zonder het vanaf het begin te hoeven tellen).

Waardebepaling

“In mijn onderzoek ging het erom te bepalen welke rekenpatronen bij de

doorsnee

mens gemakkelijk te activeren zijn. Bij de uitzonderingen stond ik toen niet stil. Nu werk ik met zwakke rekenaars en merk ik dat sommige leerlingen de ankers missen die getallen in het geheugen op hun plek moeten houden. ‘Wat was dat ook weer, 9? Even tellen. Oh, ja daar is hij.’ De waardebepaling wil bij deze leerlingen maar niet beklijven, zelfs in een gebied tot 10 waarin anderen inmiddels blindelings de weg weten.” Ook de wiskundige en neuropsycholoog Stanislas Dehaene3 onderbouwt deze veronderstelling met het betoog in zijn boek Number Sense, over het feit dat wij van nature een ingebouwde waardemeter hebben voor aantal. Die meter, stelt hij, is overigens behoorlijk onnauwkeurig en heeft heel wat oefening nodig voordat er op vertrouwd kan worden. Het zou kunnen zijn dat dit Dyscalculie uit zich als onvermogen om vlot te leren rekenen. Mensen met dyscalculie hebben een specifiek tekort. Dyscalculici vallen op omdat hun rekenproblemen verrassend zijn. Verrassend tegen de achtergrond van hun overigens adequate verstand, en verrassend omdat het zulke simpele taken betreft waarop hun systeem het laat afweten. Dyscalculie is vanuit verschillende gezichtspunten te bekijken. Dyscalculie voor de persoon

Vanuit het eerste gezichtspunt staat de persoon met zijn of haar rekenproblemen centraal. Hier is de inzet: hoe kunnen we hem of haar helpen? Daarbij moeten we denken aan twee soorten hulp. Hulp bij het rekenen en hulp bij het ontwikkelen van zijn of haar sterke kanten. In dit verband is elke persoon met dyscalculie uniek. Immers: het feit dat je niet kunt rekenen zegt niets over je overige capaciteiten.

Hoe gaan we om met dyscalculie?

De tweede gezichtshoek is vanuit het maatschappelijk perspectief. Hoe springen ‘we’ als maatschappij om met het verschijnsel dyscalculie? Het gaat hier om rechten voor de groep als geheel. Het recht op hulp, het -eventuele- recht op vrijstellingen. Dit is het verband van de touwtrekkerij over regels en voorzieningen.

Dyscalculie vanuit wetenschappelijk-theoretisch perspectief

De derde gezichtshoek is de wetenschappelijk-theoretische. In dit verband richten we de blik op het cognitieve systeem. Dyscalculici missen iets – een schakel in het brein, zullen we maar even zeggen – die andere mensen wel hebben. Wat doet die schakel precies, in termen van   formatieverwerking? En waar in het brein is hij actief? Het is van belang om de drie perspectieven te onderscheiden. Onderzoekers kunnen het in wetenschappelijk- theoretisch opzicht met elkaar oneens zijn, en toch op een lijn zitten als het gaat over de wenselijkheid van voorzieningen – waaronder vrijstellingen – bij dyscalculie.

Dyscalculie vanuit diverse gezichtspunten

Proces bij mensen met dyscalculie veel moeizamer en onnauwkeuriger verloopt. Het zou ook kunnen verklaren waarom kinderen met dyscalculie zo lang op hun vingers blijven vertrouwen. Als de representatie waarmee het brein op de proppen komt bij het zien of horen van een getal niet stabiel genoeg is, moet je wel tellen om achter de betekenis van een getal te komen.

Dyscalculie en dyslexie

Hiermee komt ook de vergelijking met dyslexie in beeld. Mensen met dyslexie kunnen niet blindelings vertrouwen op letter-klank combinaties.Het kost hen veel meer moeite om die op een goede manier in het geheugen op te nemen en weer terug te roepen. Die moeite maakt lezen voor hen keer op keer een inspannende en aandachtvragende bezigheid. Men gaat ervan uit dat er (bij

een groot deel van de dyslectische leerlingen) sprake is van een automatiseringsprobleem van de klank-tekenkoppeling die wordt veroorzaakt door een kleine aangeboren onvolkomenheid in de werking van de hersenen. Dit nu veronderstellen Milikowski (en anderen) ook bij dyscalculie. Hier zou ook sprake zijn van een kleine aangeboren onvolkomenheid in de cognitieve architectuur, die het vlot leren rekenen bij de meeste mensen mogelijk maakt. Ook in het pas verschenen

Handbook of Mathematical Cognition

, auteur Jamie I.D. Campbell7), wordt dezelfde stelling geponeerd namelijk dat ‘het aannemelijk is dat dyscalculie het gevolg is van een ‘basis dysfunction’ in de representatie van numerieke grootte.’ En vervolgens wordt dan in een onderzoek van Landern e.a.4 aangetoond dat kinderen met dyscalculie een ander informatieverwerkingsprofiel hebben dan kinderen met dyslexie. De dyslectici in dat onderzoek onder kinderen van 9 jaar zijn vertraagd op woordverwerkingstaken, de dyscalculici niet. Zij zijn vertraagd op zeer eenvoudige numerieke  erwerkingstaken, waar de dyslectische kinderen niet op uitvallen.

Kanttekening

Dyslexie verschilt in zoverre met dyscalculie dat dyslexie een technisch leesprobleem is en geen inhoudelijk leesprobleem. Als leerlingen een tekst voorgelezen krijgen, hebben ze geen moeite met de inhoud. Daarmee wordt tegelijkertijd ook een verschil met dyscalculie duidelijk. Als we al zouden aannemen dat het bij dyscalculie zou gaan om een numeriek automatiseringsprobleem, dan heeft het wel te maken met de inhoudelijke kant van het rekenen. Want het is de betekenis van getallen die zij niet op orde krijgen en dat zijn nou net de bouwstenen waar het rekenen op gebaseerd is. Je kunt het ook nauwelijks omzeilen zoals bij dyslexie wel het geval is, door tekst te laten voorlezen. Als je de waarde van een getal niet automatisch begrijpt, moet je wel blijven tellen om er achter te komen wat dat getal nu eigenlijk voorstelt. Op die manier is een gesprek over getallen natuurlijk niet bij te houden.

Samengevat

Marisca Milikowski verdedigt de stelling dat dyscalculie een specifieke leerstoornis is die kan optreden zonder leerproblemen op andere gebieden. Zij betoogt dat de

algemene

verklaringen die jarenlang werden gegeven voor het bestaan van rekenproblemen (intelligentie, logisch denken, korte en lange duurgeheugen) de plank misslaan als het gaat om dyscalculie. Bij mensen met dyscalculie zit volgens haar (en andere deskundigen) het probleem puur in de numerieke info die niet snel genoeg wordt verwerkt in de hersenen en daardoor niet snel beschikbaar komt voor ingewikkelder bewerkingen. Dit is het eerste deel van het gesprek met rekendeskundige Marisca Milikowski waarin zij haar verklaring (en die van diverse andere deskundigen) over het verschijnsel dyscalculie uiteenzet. Zie ook kader. In het tweede deel praten we met haar over de discussie onder deskundigen en de consequenties van haar visie op dyscalculie voor de dagelijkse praktijk. Daarbij pleit Milikowski, net als rekendeskundige Hans van Luit in Balans Magazine (oktober 2005), voor een ‘noodvoorziening’ in het onderwijs voor leerlingen met dyscalculie.


By on 11:05

Kernbegrippen

Dyscalculie: Dyscalculie is een rekenstoornis die dikwijls samengaat met nog
een aantal andere beperkingen, zoals ruimtelijk inzicht,
klokkijken, slechter geheugen, spellingsproblemen, gebrek aan inzicht.

Lees deze zin eens:

Ubi 8 cum … conferitur consentit cum 13.

De getallen zul je herkennen. De zin erbij niet. En je vader of moeder? Herkennen die de zin? Als zij de zin niet snappen, weten ze niet wat ze met de getallen moeten doen. Dat hebben kinderen met dyscalculie ook vaak.Elke schooldag moet je weer rekenen. Denk je eens in: elke dag weer iets moeten doen en niet kunnen begrijpen wat je moet doen en hoe je iets moet doen. Toch doen kinderen met dyscalculie dat iedere dag weer.

Dyscalculie_3

leerlingen die lijden aan dyscalculie

Problemen met tellen (cijferreeksen)

Afkeer voor strategie spelletjes en speelgoed

Afkeer voor rekenen

Traagheid

Problemen met de plaats van getallen

Maakt veelvuldig omkeringen van getallen

Problemen met inzicht: hoofdrekenen en schatten

Problemen met volgorden: recepten lezen, klokkijken.

Minder goed werkend kortetermijngeheugen

Een minder efficient gestructureerd langetermijngeheugen

Problemen met het vasthouden van de instructie

Leerkracht die te maken krijgt met dyscalculie

Informatie werven over de stoornis

Herkennen van stoornis

Structuur bieden

Rekenmethode aanpassen/ veranderen

Leerling minder complexe situaties aanbieden

Een oplossingstrategie aanhouden

Individuele en materiele hulp bieden

Sommen voordoen, daarna zelf laten proberen

Ouders

Kennis over stoornis verwerven

Inventariseren welke hulp geboden kan worden

Acceptatie van situatiesamenwerken met school en of instanties

Antwoord op de deelvragen

Wat is dyscalculie en wat zijn de kenmerken?

Dyscalculie betekent letterlijk ‘niet kunnen berekenen’. Bij dyscalculie gaat het om ernstige en hardnekkige problemen met het leren en vlot/accuraat oproepen/toepassen van reken-wiskundekennis (feiten/afspraken). Dyscalculie is een rekenstoornis die dikwijls samengaat met nog een aantal andere beperkingen, zoals ruimtelijk inzicht, klokkijken, slechter geheugen, spellingsproblemen, gebrek aan inzicht. Er zijn aanwijzingen dat het een aangeboren erfelijke stoornis is,met een neurologische achtergrond.

Wat is de oorzaak van dyscalculie?

De geleerden zijn er nog niet uit wat nu precies de oorzaken van dyscalculie zijn.Er wordt op verschillende plaatsen onderzoek naar gedaan.De volgende factoren kunnen een rol spelen.Sommige factoren moeten worden uitgesloten bij de beoordeling of het wel of geen dyscalculie betreft en heeft betrekking op zowel kinderen als volwassenen:

1) de intelligentie ?

De intelligentie moet getest worden, zodat je uitsluit of het eventueel om een zeer laag IQ kan gaan (<70). Het is wel zo dat mensen met een normaal of zelfs een hoog IQ net zo goed dyscalculie kunnen hebben.

2) leerproblemen.

- De manier van denken. Hoe maakt men zich de stof, de basisbegrippen eigen?- De basisstof kan niet geautomatiseerd worden. (De basisvaardigheden van optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen)- Heeft men (ook) dyslexie waardoor het lezen op zich al een probleem is?- Herkent men de getalsymbolen? Is er een verband tussen het zien van het cijfer 5 en het daarbij behorende aantal?- Hoe zit het met het begrip van de tekens, zoals +, – , =?

3) het onderwijs

- Is de rekenmethode goed?- Instructie probleem: moet de leerkracht meer uitleg geven?

4) het korte termijn geheugen.

Als dit geheugen verminderd of gestoord is, is het moeilijk om berekeningen te onthouden en tot een goed resultaat te komen.

5) aangeboren- of erfelijke aandoeningen.

Er zijn aanwijzingen hiervoor, maar dit is nog niet echt concreet.

6) combinatie van deze factoren.

Hoe kun je dyscalculie signaleren?

Natuurlijk kun je als leerkracht altijd observeren of het kind veel kenmerken van de stoornis dyscalculie heeft zoals bijvoorbeeld:

Herkent het kind de getalsymbolen?

Is er een directe koppeling tussen het zien van het cijfer 5 en het daarbij behorende aantal? En ook andersom: roept het cijfer 5 ook de hoeveelheid op dat erbij hoort?

Hoe zit het met het begrip van de tekens, zoals +, – en =?

Verder spelen geheugenproblemen nogal eens een rol. Al rekenend raken ze de informatie kwijt uit hun werkgeheugen (korte termijn geheugen). De basisvaardigheden van optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen komen er niet in (automatisering). Ook de manier van werken die het kind hanteert kan een bron van verwarring zijn (strategie). Vaak is de instructie niet voldoende en is verlengde instructie nodig. Anders beginnen ze zo maar aan een som, of komen in tegendeel juist niet tot werken. Pas als deze problemen bij een goede begeleiding na 6 maanden van intensief werken hardnekkig blijken te zijn, zouden we van kenmerken van dyscalculie kunnen spreken.

Er is geen simpele test die uitspraken doet over het wel of niet bestaan van dyscalculie. Wanneer rekenproblemen niet overgaan met extra oefening en het kind met andere vakken wel goed presteert, moet er op taakniveau onderzoek worden gedaan. Dit betekent dat er onderzoek wordt gedaan naar de uitvoering van rekentaken.

Een intelligentieonderzoek is niet meteen nodig. Er moet eerst gekeken worden hoe het kind een rekentaak uitvoert en of de basisfeiten en procedures wel gekend en gautomatiseerd zijn. Natuurlijk moet er ook nagegaan worden of het kind voldoende onderwijs heeft gehad en of er bijvoorbeeld geen emotionele problemen zijn. Verder is van belang te kijken naar de gebruikte rekenmethode en is ook het taalniveau van groot belang, want rekenen is veel taliger dan vaak wordt gedacht.

Dyscalculieverklaring Anders dan bij dyslexie is er onder deskundigen nog geen overeenstemming over het begrip dyscalculie, hoe het wordt vastgesteld, wat er in een dyscalculieverklaring moet staan en welke voorzieningen er zijn toegestaan. Dit leidt in de praktijk tot een grote diversiteit.

Dyscalculie_2

Welke hulp kan geboden worden bij dyscalculie?

Hulp kan gezocht worden bij het zorgteam van de school of bij een particulier werkende orthopedagoog of psycholoog. Deze deskundige kan ook een dyscalculieverklaring afgeven, dat het kind kan helpen om een aantal extra voorzieningen te krijgen. Het is op dit moment nog vooral aan de school welke faciliteiten toegestaan worden.

Mogelijke extra voorzieningen zijn:

-het werken met voorgedrukte, aan het niveau van het kind aangepaste werkbladen

-gebruik laten maken van ‘schema’s met mogelijke probleemoplossingsstrategieën’

-extra tijd bij opgaven en proefwerken of een verminderde hoeveelheid werk

-toets 1 op 1 afnemen

-het duidelijk aangeven van de wenselijkheid van strategieverandering (plussommen in rood, minsommen in blauw etc.)

-extra mondelinge uitleg en/of mondelinge overhoring

-het toestaan van gebruik van een rekenmachine

-nieuw materiaal of nieuwe stof eerst bespreken

-leerlingen complimenteren bij vooruitgang

-proberen gevoel van falen af te bouwen

Sommige scholen geven hun leerlingen dezelfde faciliteiten (verlengde examentijd met maximaal 30 minuten) als bij dyslexie en overleggen met de leerling, ouders en/of behandelaars over voorzieningen. Ook wordt er op diverse scholen met dyscalculie-pasjes gewerkt. Aanpassingen bij dyscalculie is voorlopig dus nog een zaak van welwillendheid van de scholen en goed overleg tussen alle partijen.

De leerkracht heeft een grote rol bij het begeleiden van het kind. Het kind moet zich veilig kunnen voelen.

Relatieschema

Download Relatieschema.doc


By on 10:38

Dyscalculie

      

Inleiding

Welkom op mijn weblog over Dyscalculie!!

Ik ben een studente van de Pabo Thomas More in Rotterdam. Van onze opleiding kregen wij de opdracht een weblog met een zelfgekozen onderwerp te ontwerpen. Omdat er nog weinig over Dyscalculie bekend is, en ik er zelf niet veel van af weet, leek het mij een geschikt onderwerp voor mijn weblog.

Belang van het onderwerp

Als leerkracht kun je in je eigen klas altijd te maken krijgen met verschillende stoornissen. Het is daarom erg belangrijk dat je kennis hebt over de verschillende stoornissen en deze kunt herkennen. Ook dyscalculie kan voorkomen, het is uiterst belangrijk dat je deze stoornis kunt herkenning bij leerlingen om hulp te bieden. Dyscalculie is bij de meeste mensen niet echt bekend. het is echter een erkende stoornis die voor erg veel ongemak kan zorgen. Ik vind het daarom erg belangrijk dat je  niet alleen als leerkracht maar eigenlijk ook als ouder, vriend of familie op de hoogte moet zijn van wat  dyscalculie inhoud.

Doel van het onderwerp

Het doel van mij weblog is kennis maken met dyscalculie en informatie geven over de stoornis dyscalculie.

Verband tussen stage en onderwerp

In mijn stage heb ik niet direct te maken met dyscalculie, toch heb ik gemerkt dat niet alleen in mijn stage klas maar op de school vrij weinig bekend is over de stoornis dyscalculie.

Vraagstelling

Hoofdvraag:

Wat moet je als leerkracht weten over dyscalculie en welke hulp kun je bieden?

Deelvragen:

- Wat is dyscalculie en wat zijn de kenmerken?

-Wat is de oorzaak van dyscalculie?

-Hoe kun je dyscalculie signaleren?

-Welke hulp kan geboden worden bij dyscalculie?

15 January 2007
By on 13:11

Conclusie en aanbevelingen

Mijn probleem stelling was:

" Wat moet je als leerkracht weten over dyscalculie en welke hulp kun je bieden?"

Wat je als leerkracht moet weten over dyscalculie en welke hulp je kunt bieden kun je eigenlijk al terug vinden bij de deelvragen ( theoriedeel/stagesituatie). In de deelvragen staat precies hoe je dyscaculie kunt herkennen en wat je als leerkracht kunt doen.

Algemene conclusie

Mijn algemene conclusie is dat een leerkracht op de hoogte moet zijn van de stoornis dyscalculie. De leerkracht moet weten wat de kenmerken zijn van de stoornis en hoe hij deze kan herkennen bij een kind. Verder is het voor een leerkracht natuurlijk erg belangrijk om te kijken welke hulp er voor dit kind geboden kan worden. De leerkracht moet een inventarisatie maken van de hulp die hij kan bieden en of er eventueel hulp op school geboden kan worden of buiten de school.

Algemene aanbevelingen

Aanbevelingen voor een leerkracht die te maken heeft met dyscalculie:

Probeer de leerling zo nauwkeurig mogelijk te observeren, zijn er daadwerkelijk veel kenmerken aanwezig voor dyscalculie? Is er geen sprake van andere stoornissen? Daarna kun je samen met bijvoorbeeld een ib-er op school kijken naar de mogelijkheden die er binnen de school zijn om hulp te bieden. Welke hulp kunnen wij zelf bieden? Er moet een goed plan worden opgesteld om het kind te begeleiden. Uiteraard moeten de ouders worden ingelicht en betrokken worden bij het proces.

Leerlingen die dyscalculie hebben, hebben vaak te maken gehad met "falen". Ze kunnen zelfs zo vaak gefaald hebben dat ze faalangst krijgen en angst voor het vak rekenen. Als leerkracht is het erg belangrijk ook iets aan het zelfvertrouwen te doen van de leerling. Zodra het kind met een aangepast manier vooruit gaat ( ook al zijn het hele kleine stapjes) is het goed om te complimenteren. Verder moet de leerkracht veel geduld hebben en niet vergeten dat een kind wel WIL rekenen maar het gewoon niet lukt. Een ongeintereseerde houding komt vaak doordat de leerling erg gefrustreerd is geraakt.

Let verder tijdens het lesgeven op voldoende structuur, eventueel extra tijd en het alvast bespreken van bijvoorbeeld nieuwe stof en of methodes. ( zie ook deelvraag )

Nawoord / reflectie

Mijn eigen doel voor het maken van dit weblog was: Zelf meer leren over dyscalculie en andere mensen informatie aanreiken over dyscalculie. Mijn eigen doel heb ik in iedergeval zeker gehaald. Ik weet nu veel meer over de stoornis dyscalculie en nog belangrijker welke hulp je als leerkracht kunt bieden.  Dysaclc_4Ik lang naar informatie gezocht, het moeilijkste was het filteren van de goede informatie. Naar dyscalculie wordt nog veel onderzoek gedaan er waren dus nog geen echte kant- en- klare antwoorden op al mijn vragen. Door het zoeken naar overeenkomsten heb ik juist meer geleerd, ik moest echt kritisch naar de informatie kijken. Wat ik ook geleerd heb van dit onderzoek is dat mensen veel te weinig weten of dyscalculie. Vooral leekrachten weten vaak niet wat het precies inhoud, ze hebben er misschien wel eens van gehoord maar meer weten ze niet. Ik hoop dat veel mensen zich meer zullen gaan verdiepen in dyscalculie en ook andere "pas ontdekte" stoornissen.

Ik heb er zelf in ieder geval veel van geleerd. Ik hoop dat mensen iets aan de informatie op mijn weblog zullen hebben!


By on 13:01